Brouillon 1

De esthetiek van het sneeuwkristal - Over twee films van Viktor Kosakovskij - Olaf Möller

Viktor Kosakovskij, een kind van Andreij Takovskij en Vasilij Suksin, zei ooit dat als hij alle mensen kon zien die op een bepaalde dag geboren waren, hij misschien een beetje een idee zou krijgen van de gedachtegangen, de overwegingen en de hoop van God. Maar daar komt natuurlijk niets van, wat Kosakovskij ook weet, ook al is het toch een mooi gedachtespel, een mooi voorbeeld. Daarom heeft hij zich dan maar aan de verfilming van de radicale miniatuur gewijd, omzeggens het tegenovergestelde van het maximale overzicht, en gaat hij op zoek naar de schat van de Grote Schepper die zich in elk mens laat zien, als men er maar op de juiste manier naar binnen kijkt. In elk geval zit het zo in elkaar in “Belovy” en “Tishe!”: zoals encyclopedieën van sneeuwkristallen, unicums, waarin het abstracte en dus ook de totaliteit vervat zitten.

“Belovy” vertelt over het dagelijkse leven van een paar –zusters; zoals op een bepaald moment blijkt (eigenlijk pas in de aftiteling, of zo?...); het had ook een echtpaar kunnen zijn. En in “Tishe!” wordt een straat beschouwelijk bekeken vanuit een venster. Beide films – beslist films met een grote F!- zijn in onderdelen verdeeld, waarbij in “Tishe!” op die manier het cyclische-terugkerende aspect van het leven in al zijn absurde vormen wordt gecomprimeerd, terwijl in “Belovy” elk onderdeel iets nieuws brengt.
 

Brouillon Kosakovski - NED

Brouillon Kosakovski - DE

De Laatste Documentaire - Stefan Majakowski

Eén opvallend aspect van de moderne artistieke expressie vanaf midden de twintigste eeuw, is de tendens dat een individuele kunstvorm zijn zelfvernietiging moet bevorderen door zijn eigen bestaan te ontkennen of door zich te veroorloven om in de vergetelheid weg te zinken. Dit gaat veel verder dan ironie – de retorische “glans” die de kunstenaar of de auteur gebruikt om zijn bedoelingen te verbergen. De spitsvondigheid van Marcel Duchamp mag dan nog zo veelzeggend zijn, toch mogen we de sporen van het tragische die in de kern van dit project zitten, niet vergeten. Historisch gezien kan men betwisten dat het Dadaïsme te maken had met een tendens die begon met het Kubisme en pas veel later duidelijk werd in de Pop Art: het einde van de kunst en de insluiting in of de overgang naar het (dagelijks) leven van deze kunst. Maar hoe groot ook het zelfontkennende of vernietigende gebaar van kunstenaars zoals Picabia, Schwitters en Duchamp mag zijn, toch bevat het ook een opmerkelijke schakel naar tragiek in de betekenis van drama, en zoals we zullen zien, in een meer historische betekenis. Deze ontbinding van kunst gebeurt in een idioom dat de technologie en het conceptuele huldigt. Maar de doorslaggevende weerklank ervan is er vreemd genoeg één van hoop, want deze wijst naar een toekomst, naar een andere tijd wanneer kunst simpelweg niet meer nodig zal zijn. Tussen al het accentueren en het loven van het pluriforme en het spectrale, van de naoorlogse periode tot de hedendaagse kunstgrepen van de media, behoudt deze zelfontkennende beweging in de moderne kunst een lineair element, precies dat element dat een toekomst en de hoop voor een andere tijd mogelijk maakt.
 

Brouillon Majakowski - NED

Brouillon Majakowski - EN

Het adieu aan de tranen - Jean-Pierre Rehm

Halfnaakt, met alleen nog benen sieraden rond de hals, aan de armen, of door de neusvleugels gestoken, penishalters voor de mannen, gekleurde T-shirts voor de vrouwen… zo staat een kleine groep met lansen en met bogen en uitgerafelde pijlen in de handen, venijnige liederen te scanderen en ritmisch ter plaatse te trappelen voor de lens van een niet al te stabiele camera die ze zelfs lijken te bedreigen. Wat gebeurt er hier? Is dit het begin van een avonturenfilm met veristische accenten ? Is het een gedurfde reclamespot om toeristen naar de laatste exotische contreien te lokken ? Of de zoveelste etnische reportage over onze verre broeders ? Het is een beetje een mix van dat alles, en toch is de situatie ernstig en zelfs komisch te noemen. Le lever de drapeau Papou filmé par un otage (Het hijsen van de Papoease vlag gefilmd door een gijzelaar) is, zoals de titel onthult, een document gemaakt onder dwang. We zetten de feiten even op een rij. Een groepje onafhankelijkheidsstrijders van het land Papoea kidnapt een team Belgische etnologen die over hun streken een documentaire waren komen draaien, en eist van hen dat ze hun taak voortzetten. Maar dan met één klein verschil: de twee realisatoren krijgen een nadrukkelijk bevel. De ongelukkige uitverkorenen, Philippe Simon en Johan van den Eyden, worden verplicht om hun uitrusting en hun knowhow in dienst van een daad van rebellie te stellen. Als twee getuigen uit zelfbehoud, als « actieve » getuigen, worden de twee cineasten medeplichtig tegen wil en dank. Ze zullen een daad zien gebeuren die strafbaar is voor de Indonesische wet die ook voor de Papoeanen geldt, en –door hun beroep- zullen ze garanderen dat deze daad voor het nageslacht wordt vastgelegd en wordt verspreid. Welke daad? De titel met het allure van de omschrijving van een groot historisch tafereel, vertelt het ons helemaal : op het eerste gezicht goedaardig, onthult hij traag de op dat moment noodgedwongen inaugurele ceremonie van het hijsen van de “nationale” vlag.
 

Brouillon Rehm - NED

Brouillon Rehm - FR